
De jonge rupsen maken nesten in bomen en struiken. Je herkent de nesten aan een webachtig spinsel. In het voorjaar verlaten de rupsen hun nest en verspreiden zich over planten, bomen en het strand. Eind mei of begin juni, wanneer ze zich verpoppen, worden de brandharen van de laatste rupsfase verzameld in de cocon. Dit is het moment dat je het meeste last kunt hebben van de brandharen. Later in de zomer kun je ook nog last hebben, omdat de haren in het nest of de cocon achterblijven. De wind kan deze haren verspreiden.
Wat voor klachten kun je krijgen?
Als je in aanraking komt met de brandharen, kun je rode huiduitslag krijgen met bultjes en blaasjes. Ook krijg je vaak hevige jeuk. Meestal gaan deze klachten na een week vanzelf over. Het kan ook gebeuren dat je last krijgt van de volgende klachten, maar deze komen minder vaak voor:
- Irritatie van de ogen
- Droge keel of heesheid
- Ademhalingsproblemen
Wat moet je doen als je klachten hebt?
Bij huidcontact:
- Trek al je kleren uit en behandel ze met handschoenen. Was de kleren zo warm mogelijk en laat ze drogen in de droger.
- Wrijf niet over je huid, maar spoel de brandharen voorzichtig weg met lauw stromend water (afdouchen).
- Gebruik eventueel plakband om de brandharen van je huid te halen.
- Bij hevige jeuk kunnen antihistaminica helpen. Neem bij ernstige huiduitslag contact op met je huisarts.
Bij oogcontact:
- Spoel je ogen goed en langdurig uit met water.
- Als de irritatie blijft, neem dan contact op met je huisarts.
Op de website van GGD Leefomgeving staat meer informatie over hoe je kunt voorkomen dat je last krijgt van de brandharen.
Contactfomulier Milieu en Gezondheid
"*" geeft vereiste velden aan